Bonussen, de lusten en de lasten. In de "Tijd", 7 mei 2011.
Publié le : 12 juin 2011 à 20h09
Het traditionele argument van “the boss” die zijn hoge vergoedingen verantwoordde, was verantwoordelijkheid. De lagere echelons in de organisatie wilden wel graag de vergoeding. Maar het daarbij horend engagement liever niet. Dit engagement uitte zich op verschillende terreinen.
Aan de top zijn de werkuren van ondergeschikt belang. Kaderleden plegen vele uren te presteren. Zelfs op onchristelijke uren en dagen. In de loop der jaren is vooral in grote organisaties met heel wat management en kaders, de tijdsdruk op een bredere laag personeelsleden toegenomen. Hoge vergoedingen staan niet noodzakelijk meer in relatie tot extreme werkuren.
Hetzelfde geldt voor het gewicht van de organisatie. In grotere organisaties worden node belangrijke beslissingen gedelegeerd of gedragen door een grotere groep. Uiteraard houden de board en het management de pen, maar dit neemt niet weg dat het gewicht van de organisatie nu meer dan vroeger wordt gespreid.
De ultieme verantwoordelijkheid uit zich evident in de aansprakelijkheid. Op grond van de agencytheorie zijn de bestuurders en het management aansprakelijk voor de wijze waarop zij een bedrijf beheren. Persoonlijk aansprakelijk. Uiteraard zijn de regels per land verschillend in hun details. Maar de hoofdzaak is universeel. Wie een bedrijf leidt dat eigendom is van iemand anders (de aandeelhouders) is aansprakelijk voor wat hij fout doet bij de uitoefening van zijn taak.
Omwille van het feit dat ondernemers zoveel riskeren, staan we relatief mild tegenover hen. Wanneer zij falen zorgen een faillissement en de beperkte aansprakelijkheid ervoor dat de gevolgen beperkt blijven. We begrijpen dat ondernemen risico’s nemen inhoudt. En dat verdient aanmoediging en begrip. Aandeelhouders riskeren het ingebrachte kapitaal. Maar moeten ook wanneer zij falen en leergeld betaald hebben, opnieuw risico’s kunnen nemen. Omwille van de vooruitgang.
Voor bestuurders en managers ligt dit anders. Zij hebben geen kapitaal ingebracht. Hun risico beperkt zich tot hun aansprakelijkheid. In de voorbije periode is de mildheid die bestaat ten aanzien van aandeelhouders – ondernemers zich gaan uitstrekken tot bestuurders en management. Ook hun aansprakelijkheid wordt eerder terughoudend en schoorvoetend benaderd. Vanuit het gevoel dat ondernemers risico’s moeten kunnen nemen.
Hetzelfde geldt voor de banksector. Met als gevolg dat wat de aandeelhouders riskeren, met name hun kapitaal, gedecimeerd werd op de beurs. Maar op welk vlak heeft het risico van de managers en bestuurders zich gerealiseerd? Hun aansprakelijkheid is wereldwijd – op een paar Amerikaanse strafrechtelijke settlements na – omzeggens niet in het gedrang gekomen. En toch werden er in de gehele sector erg zware fouten gemaakt.
In die omstandigheden staat tegenover de hoge vergoedingen veel minder verantwoordelijkheid. Hiermee kunnen we twee kanten op. Ofwel gaan de vergoedingen naar beneden, een druk die zich nu manifesteert. Ofwel herstellen we de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van het management. Wij geven de voorkeur aan dit laatste. Gratuit beheer van ondernemingen en gebrek aan verantwoordelijkheid is veel gevaarlijker dan hoge bonussen. En kost maatschappelijk veel meer.
Stellen we ons voor dat de CEO’s van banken hadden moeten meedelen in de crisis. En hun vermogen volledig in rook hadden zien opgaan. De vergoeding voor de schade waarvoor zij verantwoordelijk waren. Collectief. Hadden we er dan moeite mee gehad dat zij nu het weer goed gaat, hoge vergoedingen krijgen? Risico moet vergoed worden.
Een belangrijke bevolker van Belgische boards uitte het gebrek aan verantwoordelijkheid bijzonder treffend. Hij vond dat hij niet aansprakelijk kon zijn voor wat er in het verre buitenland in zijn bedrijf gebeurde. Hij kon toch zijn bed niet maken in een apenland. Vanuit ethisch oogpunt is dat verwerpelijk. Een onderneming die pretendeert in een ver land te kunnen ondernemen kan niet blind zijn voor de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.
Wie de lusten lust, moet ook de lasten kunnen dragen.
